Het is altijd spannender om een tentoonstelling te bezoeken van een kunstenaar die je niet kent. Zo kan je met een eerste blik overweldigd worden of onaangeroerd blijven. Kunst mooi of interessant vinden is iets persoonlijks en kan alle wegen uitgaan. Zo hou ik bijvoorbeeld erg van warme, nostalgische en dromerige schilderijen enerzijds. Anderzijds kan niets mij zo fascineren als surrealitische, groteske werken waarin je je fantasie de vrije loop kunt laten en wordt uitgedaagd om na te denken.

Neo Rauch stelt momenteel zijn magistrale werken tentoon in het Palais des Beaux-Arts (Bozar) te Brussel. Meteen word je geconfronteerd met enorm grote schilderijen die alleen al omwille van hun omvang een geweldige indruk achterlaten. Hoewel Neo Rauch, geboren in 1960, een hedendaagse kunstenaar is lijken zijn werken hier niet thuis te horen. De personages die hij schildert lijken vaak af te stammen uit een ander tijdsstip dan de achtergronden die hij erbij schildert. Zijn schilderstijl is een combinatie van het socialistisch realisme en het surrealisme. Ruwe technieken wisselt hij af met scherpe, afgelijnde lijnen. Soms gaat hij heel nonchalant om met achtergronden of details, maar hij legt veel nadruk op het symbolisme in zijn schilderijen. De reeks werken die hij tentoonstelt lijken allemaal ontsponnen te zijn uit een of andere chaotische nachtmerrie. Elk werk stelt een verhaal voor waar begin en einde in elkaar overlopen. Ondanks het gebruik van felle of aanwezige kleuren, zijn de schilderijen weemoedig en somber. Ze drukken zelden tot nooit een vrolijke boodschap uit, maar stimuleren de kijker tot nadenken en relativeren.

Terugkerende elementen zijn bizarre half-menselijke figuren, zweverige droomsequenties en kleine details die vaak duiden op de achterliggende boodschap van het hele schilderij. Hoewel er genoeg is in onze maatschappij om kritiek op te uiten, lijken zijn schilderijen uit andere tijdsdimensie te komen. Ze suggereren een situatie uit eind 19e – begin 20e eeuw, maar worden vermengd met hedendaagse componenten en kleuren. Wat ook regelmatig lijkt terug te keren is de verwijzing naar het gebruik van verf in zijn werken. Alsof hij de toeschouwer eraan wil doen herinneren dat het “slechts” een schilderij is waar men naar kijkt.

rauch

Neo Rauch werkt verbazend en inspirerend. De aantrekkingskracht van zijn schilderijen is enorm en zowel zijn schilderstijl als symboliek wekt meteen de interesse.

De tentoonstelling loopt nog tot 19 mei in BOZAR te Brussel.

 

Onder een weemoedige maar krachtige begingeneriek zien we een rij aaneengeketende zwarte slaven twee blanke mannen te paard volgen. Het contrast tussen de zwarte slaven die al uren door het hete zuiden, in verscheurde kleren en op blote voeten voort schuifelen, terwijl de blanke mannen te paard boven hen uit steigeren zet meteen de toon voor de hele film. Tarantino speelt met de klassieke rassenconflicten ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog en vertelt het merkwaardige verhaal van een blanke premiejager, Dr. King Schultz, die besluit samen te werken met een zwarte slaaf, Django, om zijn premies te behalen. Hun ongewone relatie wordt versterkt wanneer ze samen beslissen om Django’s vrouw op te sporen en te redden uit de handen van Calvin Candie. De zoektocht en poging tot bevrijding wordt een ware uitdaging en Tarantino heeft dan ook bijna drie uur nodig om ze bij de kijker over te brengen.  Gelukkig zit er voldoende vaart en variatie in zodat de drie uren voorbij lijken te vliegen.

Dr. King Schultz wordt gespeeld door de meesterlijke Christoph Waltz. De man is heer en meester van zijn ambacht, dat had hij reeds bewezen in Inglorious Bastards. En om het met de woorden van Calvin Candie (Leonardo Di Caprio) te zeggen: “He had my curiousity, but now he has my attention”. Christoph Waltz speelt zijn personages met een zekere charme en aantrek, maar ook met ijzige kalmte en koelbloedigheid. Jamie Foxx vertolkt de rol van Django en zet eveneens een glansrijke vertolking neer. Zijn overgang van angstige slaaf naar wraaklustige held bewijst een sterk staaltje acteerkunst.

django-unchained-2

De film wordt overmeesterd door een sterke soundtrack, die zowel klassieke westernmuziek als hedendaagse hip hop weet te combineren. Er is ruimte voor humor en amusement, maar het zou geen Tarantino film zijn als er niet een paar gruwelijke door-de-vingers-kijkende scènes bij zouden zitten. En bloed natuurlijk. Veel, rood, rondvliegend bloed. Deze “southern” is misschien niet gemaakt voor mensen met een gevoelige maag, maar de sterke verhaallijn, de goed gekozen tijd-en ruimte setting en een uitmundende cast maken het de moeite waard om soms even op je tanden te moeten bijten.

Als Glee en Bring it on een baby zouden maken, dan hadden ze hun kindje Pitch Perfect genoemd. Zang en competitie, buitenbeetjes die nieuw leven in de groep blazen, rivaliteit en vriendschap,… Net wanneer je dacht dat je alles nu wel had gezien wat betreft muzikale films, komt er toch weer iets verfrissend uit de lucht gevallen. We zagen reeds de met slushie besmeurde nerds uit Glee die hun weg al zingend door High School baanden of de iewat bravere jongelui uit High School Musical die ook door middel van zang en dans met hun puberale problemen worstelden. Maar Pitch Perfect speelt zich niet af op de middelbare school, levensvragen worden niet opgelost door het spontaan uitbarsten in een lied. Zoals de auditiecoach uit de film het zelf zegt: This is the real life!

Pitch-Perfect-Anna-Kendrick

Uiteraard is dit “echte leven” nog steeds volop doordrenkt met epische liefde, voorzien van een stevige soundtrack (Don’t you forget about me). Figuren zoals Fat Amy zorgen voor geniale oneliners (“I’m doing horizontal running”) en eindigt het natuurlijk wel met levenslessen en onvergetelijke vriendschappen. De originaliteit ligt in het feit dat deze film zich afspeelt op de universiteit, en dus niet meer in de beschermende en onschuldige bubbel van de middelbare school. De competitiedrang is wel aanwezig, maar het is niet noodzakelijk de ambitie van de studenten om allemaal een zangcarrière uit te bouwen, waardoor het veel realistischer over komt. Het andere aspect dat zorgt voor een vernieuwend effect is dat alles a capella is gezongen. Als u dacht dat a capella al jaren dood en begraven was, dan zullen de Bellas en de Treblemakers u wel van gedachten doen veranderen. Moderne muziek, overlapping van verschillende genres en beatboxing zorgen voor enorm aangename composities.

Als u zin hebt in een geweldig ontspannende, humoristische film waarin u ongetwijfeld alle liedjes kan mee zingen, dan is Pitch Perfect zeker een aanrader. Get ready to be pitch slapped!

Een zondagavond in Londen. We schuimden de theaters af op zoek naar een musical die we de avond zelf nog konden aanschouwen. Alles was helaas uitverkocht en in de cinema werd er geen enkele interessante film gespeeld. Maar we moesten toch nog iets doen op onze laatste avond. Toch maar lukraak een film uitkiezen dan? Laten we nog een keer de programma’s van elke bioscoop uitkiemen. 14,99 pond voor een film waar we nog nooit van hadden gehoord? Zo openminded waren we nu ook weer niet. Op naar de volgende. 9,99 pond… De film begint om 20u50 en het is nu…20u54. We wisselden snel onze blikken met elkaar uit en zetten vervolgens een sprintje in naar de kassa. “Twee tickets voor The Perks of Being a Wallflower, aub!”

Al strompelend vielen we de kleine zaal binnen, stoorden we iedereen die al rustig in zijn zetel zat en ploften we onbeholpen neer in de rode zetels, zachtjes onze lach onderdrukkend. “Als we nu maar niet in de verkeerde zaal zitten”, was de laatste gedachte die mij binnenschoot toen de begingeneriek begon te spelen.

Meteen werd mijn vrees ongedaan gemaakt aangezien de soundtrack erg veel gelijkenissen vertoonde met die van Juno (ik had nog net op de affiche kunnen lezen dat deze film van dezelfde regisseur was) en het dus uitgesloten was dat we in de zaal zaten waar ze Sinister speelde. Aangezien we niet wisten waar de film over ging, werkte het verhaal al snel bevreemdend. Een voice over liet ons meteen weten dat het hoofdpersonage niet de meest stabiele achtergrond had en iets in zijn verleden had meegemaakt waardoor hij nu erg schuchter was. Toch was het niet van het begin duidelijk dat de film een sociaal drama was en leek het zelfs de humoristische kant op te gaan. Alleen kwamen de grapjes wat ongemakkelijk en houterig over en kreeg ik niet het gevoel dat ik naar high school kids aan het kijken was. Het was alsof volwassenen de rol van tieners moesten spelen zonder eigenlijk iets van kind zijn te tonen. Of misschien zijn hipsters gewoon een nieuw ras waarvan ik nog niet gewend ben ze in films te zien. De personages waren niet genoeg uitgewerkt om hen te kunnen situeren binnen het leven waarin ze een rol moesten vertolken. Het leek alsof tijd, ruimte en mens niet op de juiste plaats was ingegeven. De humor die er doorheen drenkte kwam niet overtuigend over en het leek alsof de screenwriter de acteurs iets wou laten doen waar ze geen ervaring mee hadden, namelijk “grappig zijn”. Slecht geschreven of slechte acteurs, dat is natuurlijk de vraag.

Nu ga ik de film niet volledig in de prullebak werpen, naar het einde toe werd de dramatiek van het verhaal duidelijk en mooi uitgespeeld. Ook de parallelen die werden getrokken tussen deze jongeren als wallflowers en de buitenbeentjes uit de musical Rocky Horror Picture Show vond ik een geslaagde keuze. Het is interessant om te ervaren dat deze cultfilm uit de jaren 70 nog steeds relevant is en nog altijd een betekenis voor de jongeren van vandaag.

De regisseur probeert een verhaal te maken met zowel humor als dramatiek en hoewel dit wel is gelukt  bij Juno, kwam het in deze film niet goed over. Het dramatische had doorheen heel de film moeten overheersen en dan had ik misschien een duimpje naar omhoog kunnen geven.

Van Animal House tot Can’t Hardly Wait en van American Pie tot Superbad. Houseparties hebben al dikwijls een centrale rol gespeeld in populaire teenmovies. Drank, drugs en seks hebben in het verleden al tot veel chaos geleid in deze films. En hoewel Jake Ryan’s huis in Sixteen Candles volledig werd getrashed door zijn vrienden en Steve Stifler in American Pie 2 werd ondergeplast door zijn klasgenoot, kwam dit allemaal nog niet in de buurt van wat de jongeren in Project X meemaakten.

Drie tieners besluiten om hun leven voor altijd te laten veranderen door het grootste feest van de eeuw te organiseren. Thomas is jarig én alleen thuis, de ideale gelegenheid om een gigantische fuif te organiseren. Alleen, wie is Thomas Kub? En waarom zou er überhaupt iemand naar zijn feestje komen? Blijkt dat het niet zoveel uitmaakt wie je bent of wat je status op school is, zolang er een feestje is en iedereen (maar dan ook iedereen) hiervan op de hoogte is, zullen er mensen opdagen. De massale opkomst zorgt voor totale chaos die eindigt in het afbranden van bijna de halve straat.

 

Door de systematisch opbouw van chaos in de film lijkt de afbranding van de buurt geen ongeloofwaardig gevolg.  Naarmate de film vorderde sperde mijn ogen zich verder open en gaapte ik met steeds groter wordende mond het spektakel aan. De film werd volledig vanuit een handcamera gefilmd waardoor alles erg realistisch leek. De muziek zorgde voor een levendige bijdrage aan de film en soms had je het idee dat je naar een muziekvideo keek, maar dit alles paste zo goed in het scenario dat het de film gewoon volledig deed kloppen. Nadat deze film, die toch wel een cultfilm binnen zijn genre is geworden, in de zalen verscheen ontstonden er verschillende Project X feestjes die de film wilden imiteren. Deze redenatie kan ik voor de helft volgen. Enerzijds was dit feestje effectief episch en had ik er graag willen bij zijn. Deze jongens hebben het concept YOLO zo goed als uitgevonden. Anderzijds zorgde het voor zoveel chaos en vernieling, dat ik het toch niet in het echt zou willen meemaken. Is deze film een oproep tot het gevaar van sociale media en de snelheid waarmee informatie tegewoordig stroomt? Misschien wel, als je ziet wat er in het Nederlandse Haren is gebeurd. Een verkeerde klik op Facebook zorgde ervoor dat een zestienjarig meisje haar verjaardagsfeest publiek had gemaakt, waardoor er duizenden mensen op het evenement waren afgekomen en de jarige in kwestie haar eigen huis op voorhand moest ontvluchten. Maar om de link te trekken tussen sociale media en totale anarchie lijkt me een beetje radicaal. Misschien wilden de makers gewoon tonen dat zij weten hoe ze een feestje moeten bouwen.

Een duistere vertelstem brengt ons de legende van Snow White of zoals hij haar noemde: Snow Gwhite…

Laten we van start gaan om de verschillen te zoeken tussen Disney’s Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen en Rupert Sanders’ Snow White and the Huntsman. Tijden zijn veranderd, dat is zeker. Het lieve, onschuldig Sneeuwwitje uit de animatiefilm heeft plaats moeten maken voor een strijdlustige, assertieve vrouw. Het Disney prinsesje was een hulpeloos slachtoffer van de boze koningin en kon enkel rekenen op de hulp van haar dierenvrienden, terwijl Kirsten Stewart‘s Snow White wordt aangevallen door het Donkere Bos en pas het vertrouwen van de herrieschoppende dwergen weet te winnen wanneer ze ontdekken dat zij de prinses is en pure goedheid bevat. Disney maakte van Sneeuwwitje een huisvrouw, waar ze begon met het kuisen en koken voor de dwergen en eindigde als “de vrouw van…”. In Snow White and the Huntsman vecht ze zelf voor haar koninkrijk en troon, hoewel de melige kus (kussen!) en de giftige appel natuurlijk niet ontbraken.

Van special effects moet Snow White het wel hebben, waardoor de magische wereld waarin het verhaal zich afspeelt sterk tot zijn recht kwam. Takken die veranderen in slangen, soldaten die in glasscherven uiteen barsten, zwarte raven die opvliegen uit het kleed van de koningin,… Dit alles leverde een duistere en fantastische bijdrage aan de film en zorgt ervoor dat dit verhaal veel meer aanleunt bij het oorspronkelijke sprookje.

De film toont een eindeloze vlucht van de prinses met de jager die haar moest doden en mondt uit in het ultieme gevecht. Het zoveelste gevecht… Het is waarschijnlijk zo dat veel mensen de vechtscènes in deze film als episch en groots zullen aanschouwen, maar mij leken ze te langdradig en ik verloor hierdoor elk contact met de personages. Ik weerhield mij ervan om met mijn ogen te rollen toen het zoveelste gevecht het verhaal weer moest onderbreken en hoopte telkens dat we nu snel weer verder konden met de film.

Charlize Theron is goed in mooi zijn (hoewel ik niet zeker weet of dat een talent is), maar haar Brits accent deed mijn tenen een beetje krullen. Kristen Stewart speelt haar rol voortreffelijk hoewel de bevende, ongemakkelijke Bella uit Twilight toch te vaak naar boven kwam. De relatie tussen haar en de jager enerzijds, en haar jeugdvriend William anderzijds was nogal onduidelijk en liet de kijker achter met heel wat vraagtekens (Wat betekende die kus nu?).

Ik begrijp dat er een nieuwe populariteit heerst in de filmwereld waarin de emanciperende heldin de hoofdrol speelt, maar laten we eerlijk zijn: Snow White and the Huntsman leek net iets te hard op Tim Burton’s Alice in Wonderland. We’re all thinking it…

Bokrijk toonde ons altijd een wereld uit een verleden waar wij geen directe link meer mee hebben. Huisjes met rieten daken, landelijke en ambachtelijke taferelen, bedden en stoelen die gemaakt leken voor de zeven dwergen, sport en spel waarvan de huidige ipad generatie kop noch staart van weet te maken,… Sinds 31 maart heeft Bokrijk echter een andere duik in de geschiedenis genomen, namelijk naar een tijd die toch meer herkenbaar is voor onze generatie, of toch zeker die van onze ouders en grootouders. De voeling met de jaren zestig is alvast sterker aanwezig dan die met het begin van de 20ste eeuw. De “sixties” zorgde ervoor dat bepaalde technologische ontwikkelingen, waar wij nu erg mee vertrouwd zijn, hun opgroei kende. Tv-series zoals Mad Men doen mensen terug hunkeren naar het hippe en trendzettende jaren 60, dus een tentoonstelling hierover in Vlaanderen’s bekendste openluchtmuseum kent ongetwijfeld een groot succes.

Je kan echter niet zomaar in het universum van de sixties binnenwandelen, stel je voor dat je daar je ouders of grootouders tegenkomt toen ze nog jong en onbezonnen waren ! Nee, in Bokrijk zijn ze hier heel streng op en wil geen risico’s nemen. Daarom krijg je aan de ingang van de sixties een geheel nieuw paspoort dat je vertelt wat je hobby’s zijn, hoe je heet, waar je bent geboren en wat je gezinssituatie is.

Ik nam de identiteit aan van de Italiaanse Donatella Rosso uit Genk. Ze was geboren in januari 1951 en haar lievelingseten was pasta. Op slag voelde ik een zekere identiteitsverandering ondergaan, aangezien ik ook ben geboren in januari en pasta toch wel mijn lievelingseten is! Toeval? Ik denk het niet. Met mijn nieuwe identiteit stapte ik de teletijdmachine (die ik me denkbeeldig voor het oog nam) in en belandde ik in een klein dorpje waarin het midden de krantenkiosk “Eddy” pronkte. Allereerst gingen we het kapsalon binnen, daar kon je via een televisiescherm verschillende kapsels uit de jaren zestig op je hoofd plaatsen. Of wat dacht u ervan om lekker neer te vleien onder de haardroger waar de roddels van de klanten doorheen zoemden?

Wat heeft dit tijdperk ons nog te bieden? Oh ja, een elektronica-zaak. Vroeger gingen de mensen nog gewoon naar de plaatselijke elektronica-winkels om televisietoestellen te kopen of herstellingen te laten uitvoeren. Deze kleine, gezellige zaken zijn nu allemaal omvergeblazen door grote multimedia bedrijven. Om de hoek prijkt cinema Rex, waarin je even kan kijken naar filmpjes over de jeugd van de jaren zestig. Mijmerend of dit nu dezelfde cinema Rex is die tijdens Wereldoorlog II in Antwerpen afbrandde wandel ik weer verder tot ik in een typische huiskamer terechtkom. Zwart-wit televisie, kronkelend behangpapier en in de speelgoedkast staan er Tiny-boeken (die las ik zelf nog!) opgesteld. Ten slotte belandden we in het jeugdhuis. Dit zijn locaties waar jongeren elkaar ontmoetten voordat Facebook bestond. Vroeger heette dit “sociaal contact”. Vervlogen tijden, helaas…

Het paspoort dat ik noodgedwongen in mijn handen kreeg geduwd, bleek nog wel degelijk een functie te hebben eens ik binnen was in de tentoonstelling. In elke locatie stond er namelijk een apparaat waarop je het paspoort kon plaatsen, waarna er een tekst verscheen waarin Donatella vertelde wie haar vrienden waren in het jeugdhuis, welk kapsel ze het leukst vond, wanneer zij een televisie hadden aangeschaft en naar welke muziek ze graag luisterde (Rocco Granata!).

Bokrijk zou dus Bokrijk niet zijn als het niet interactief en educatief tegelijk zou zijn. Deze tentoonstelling biedt een leuke en leerrijke kijk op de jaren zestig en is volgens mij zeker een aanrader voor mensen die deze tijd bewust hebben meegemaakt en op die manier hun gloriejaren nog eens voor een paar uurtjes kunnen herbeleven. Het enige jammere is dat het zo’n kleine locatie is, zeker als je een gigantisch groot domein als Bokrijk hebt om mee te werken. Verder een schitterend idee voor een dagje uit!

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.