Met beeldfragmenten uit amateuristische homevideo’s van twee kwajongens, worden we ingeleid in het verhaal van Frits en Freddy. Twee broers die dagelijks gedwee het woord van God gaan verkondigen bij de mensen thuis. Wanneer de mensen niet geïnteresseerd zijn in hun boodschap, haalt Freddy maar al te graag zijn revolver boven. Het is bijna hetzelfde concept als trick of treat, alleen worden de mensen beroofd van hun bezittingen in plaats van dat hun huis wordt bekogeld met eieren.

Het verhaal begint wanneer een van hun overvalpogingen volledig misloopt. De man die ze willen beroven blijkt immers een berucht maffiosi,Carlo Mus, te zijn en neemt wraak op hen in hun eigen huis. Frits maar vooral Freddy pikken dit echter niet en besluiten de vrouw van meneer Mus te ontvoeren. Vanaf dan loopt alles in het honderd en geraken er steeds meer mensen betrokken bij hun ongelukkige ontvoeringspoging.

Het acteertalent van Peter Van den Begin en Tom Van Dijck is onberispelijk. De lange, bijna omver waaiende Peter Van den Begin stond in een hilarisch contrast met de korte, op en weer hobbelende Tom Van Dijck. Laatstgenoemde deed me op enkele momenten zelfs lichtelijk denken aan de lichaamshouding en mimiek van Louis de Funès. Het komische karakter van de film sijpelde vooral door in de uitspraken en de lichaamstaal van de personages. Zelden heb ik zo genoten van een Vlaamse film. Humor is iets waar we in Vlaanderen toch behoorlijk goed in zijn (denk aan Van Vlees en Bloed, Het Eiland,…) en het is jammer dat dit format niet meer wordt toegepast in de speelfilm.

Chareltje Chareltje, hoeng me zen broek on een nageltje. Chareltje Chareltje, die was nog niet thuis.