“Aan de dikke dame naar rechts” lichtte de ticketverkoopster van de Koningin Fabiolazaal ons toe. Met opgetrokken wenkbrauwen draaide we het hoekje om, waar we meteen botste op een corpulente vrouw. Een schilderij weliswaar, die  op Picassosiaanse wijze de vrouw afbeeldde die ons grinnikend de juiste richting aanwees.

De tentoonstelling heeft de eenvoudige titel “De Modernen” gekregen. Maar zo eenvoudig is het niet om twee eeuwen van kunst zomaar bij elkaar onder te brengen. Toch is deze tentoonstelling erin geslaagd om in vogelvlucht allerlei meesterwerken te tonen en ons een snelcursus “kunst uit de 19e en 20e eeuw” voor te schotelen. Aangezien er nooit een groot repertoire van een bepaalde kunstenaar werd getoond, werden de zalen niet onderverdeeld per artiest of zelfs niet per stroming. De samenstelling van de ruimtes werd puur thematisch vastgesteld, wat de diversiteit enerzijds maar samenhang anderzijds van de werken uit die periode beklemtoond. Zo wandelden we door de zaal getiteld “vrouwen”, waar de veelzijdigheid in schilderstijlen overheerste, maar waar telkens de afbeelding van de vrouw centraal staat. Tussen het pointillisme en het surrealisme baande ik mij een weg naar een schilderij dat er voor mij meteen uitsprong: Inscheping in Calais, door James Tissot. Elk aspect van het werk trok me aan. De charme van de authentieke en levendige setting, de uitdrukkelijke en gedetailleerde gezichtsexpressie die voor elk figuur verschilde, het verhaal dat het schilderij leek te vertellen, zonder mij te laten afleiden door talloze details op de achtergrond.

Inscheping in Calais - James Tissot

De zalen wisselden af van ingetogen portretten naar schimmige figuren die over grauwe straten dwaalden. Van de lichtheid in het pointillisme van Theo Van Rysselberghe, naar de grauwe neerslachtigheid van Permeke. Landschappen werden afgewisseld met prachtige huiselijke taferelen van Henri De Braekeleer, die zoveel voeling in zijn werken wist neer te brengen dat het leek alsof de materialen die hij portretteerde bijna tastbaar werden. De laatste halte was de zaal Zero, waarin onze aandacht werd getrokken door een groot, rood doek waarop een zwarte bol leek te worden weggezogen door de lichtstralen die achter hem te voorschijn kwamen. Net zoals deze Grote zon van Otto Piene, leek ook het Nagelobject van Günter Uecker je helemaal in het werk te doen opzuigen.

Na deze portie kunst die we nu in sneltempo hadden verorberd, kwamen we voldaan terug uit de tentoonstelling. Voor wie zich nog eens even snel wil bijschaven over het expressionisme, surrealisme, futurisme, … en al wat je nog meer tegenkomt in het rijk van de modernen, is deze tentoonstelling de uitgelezen kans om je geheugen wat op te frissen. Toen we uit de zaal wandelde wierp ik nog een blik naar de dikke dame, die ons zelfvoldaan nakeek, wetende dat wat de mensen in de zaal zouden te zien krijgen, de moeite waard is.